|
- 178 -
DORLAND VAN NIJENRODE (Breukelen) door Ds EVERT VAN ALPHEN Az.
Aangezien ik in mijn kwartierstaten tweemaal afstam van het geslacht Dorlant, zo is het vanzelfsprekend dat ik ook mijn verschuldigde aandacht heb voor dit geslacht; vooral door een tweevoudige afstamming.
Toen ik nog niets wist van deze stamverwantschap, kwam ik al eens in aanraking met deze geslachtsnaam. Dit was echter niet in Nederland, doch in Engeland. Gedurende ik daar op school was, had ik daar een lerares in klassiek engels, en ook zij heette Miss Dorland. Een naam die in de engelse taal wel op zijn plaats is. Of ze van nederlandse afkomst was, wist óók haar vader niet. Toen ik dan in mijn kwartierstaten tweemaal met dit geslacht te doen kreeg, dacht ik daar onmiddellijk aan terug. Zou het een engelse naam zijn? Klonk wel een ietwat engels; inderdaad. Doch nu weet ik na een nauwkeurig en tijdnemend onderzoek, dat we hier met een zèèr oude echt vaderlandse naam te doen hebben. Dit geslacht kan wat ouderdom betreft, welhaast met koningen en vorsten wedijveren. Het was voor mij een dankbaar object, daar ik het genoegen mocht smaken tot aan de eerste naamdrager toe te komen; dus tot de stamvader van dit geslacht. Doch het is mij maar niet zò aan komen waaien. Het heeft verschillende fietstochten vereist naar verschillende kerken om daar terplaatse de oudere doop- en trouwboeken te raadplegen. Ik bezocht Vreeland en mag vertellen dat ik daar van Ds. Smallebrugge de meeste medewerking ondervond, ja er zelfs nog te gast was. Ook te Loenen was de Kerkvoogd, de heer Lokhorst zèèr welwillend en behulpzaam in dezen; en ook te Breukelen was het de Kerkvoogd de heer Takken, die mij tweemaal het geduld opbracht om de doop- en trouwboeken voor de dag te halen. En dan vooral niet te vergeten de ambtenaren van het Rijksarchief te Utrecht, die telkens weer zonder ook maar één verwensing te uiten, mij de boeken brachten voor mijn onderzoek nodig; en mij geduldig hielpen als sommig oud schrift mij niet duidelijk was. Ik dank hen hier, omdat het niet juist zou zijn met veren te gaan pronken waarvan ook een deel een ander toekomt. En hoe vindt men de gezochte namen in de oudere geschriften, daar men niet eens weet of die namen daarin wel genoemd worden. Dit vereist slechts zoeken en zoeken èn nog eens zoeken, tot men het vindt. Vooruitlopend wil ik u mededelen, dat de stamvader van het hier behandelde geslacht Dorlant, genaamd was:
Gijsbrecht Dorland van Nijenrode, Bastaard. Hoe ik daar aan kóm zal verder blijken. Doch eerst het fragment uit mijn kwartierstaten.
Tennis Rutte de Geus, ged. 7 april 1709 te Ankeveen. Sterft in december 1744 in 's Lands Dienst aan boord van een oorlogsschip in het Kanaal. Ondertr. te Ankeveen als j.m. wonende te Ankeveen op 12 febr. 1733 en tr. te Oud-Loosdrecht 8 maart 1733 met Neeltje Teunis Dorland, j.d. van Oud-Loosdrecht, ged. te Oud-Loosdrecht op 6 Meij 1708 als dochter van Teunis Vreeken Dorlant en Aartje Hendriks. Teunis Vreecken Dorlant, geh. als j.m. van Oud-Loosdrecht op 31 Meij 1698 met Eertje Jacobs. Hij was meermalen getrouwd en zijn doop kon niet gevonden worden te Oud-Loosdrecht.
- 179 -
Opmerking: Teunis Vreecken Dorlant had te Oud-Loosdrecht twee broers, n.l. Dirk Vreeks Dorland, geh. te Oud-Loosdrecht 13 maart 1712 met Annetje Jans Hagen (een familie waar ik ook van afstam) en Vreek Vreeks Dorland, tr. te Oud-Loosdrecht 19 april 1711 met Sytje Pieters Backer. Het eerste kind van Teunis Vreecken Dorlant heette Jacob en werd gedoopt op 25-7-1700 met als moeder Aartje Hendriks. Of deze laatste dus reeds zijn tweede vrouw was? Of een verschrijving van naam? Op 3 aug. 1728 trouwt te Oud-Loosdrecht Teunis Vreeken Dorland, laatst wedr. van Lijsbeth Jans, met Geertje Willems, att. Kortenhoef.
Vreeck Dorlant, ged. 21 Meij 1648 te Vreeland, als zoon van Dirck Aerts Dorlant en Grietje Bruijns. Hij huwt te Vreeland (na ondertrouw te Baambrugge) op 14 febr. 1675, als wedr. van Roosje Eibers van Baambrugge, met Marrigje Tonis, wed. van Aart Arents van Vreeland.
Opmerking: Het is eigenaardig dat de reeds genoemde Teunis Vreecken Dorland, ook een zoon had die Arent heette. En wij zien hier wel duidelijk uitkomen dat gen. Teunis naar zijn grootvader Tonis, heette. En Vreek Dorlant had dus drie zonen, n.l. Dirk, genoemd naar zijn vader, dan Teunis, genoemd naar zijn vrouws vader en nog Vreek, waarschijnlijk genoemd naar hemzelf.
Dirck Aerts Dorlant, gehuwd te Vreeland op 29 Junij 1638 als jongezel van Vrelant, met Grietje Bruijns, wed. van Dirck Jans Scholle, mede van Vrelant.
Aert Dorlant, geb. omstreeks 1585?
Tot hiertoe de aan èèn gesloten gegevens uit de doop- en trouwboeken van Oud-Loosdrecht en Vreeland (het dorp met stadsrechten). Waarna hier eerst nog wat losse gegevens volgen, die nog iets laten zien van het geslacht Dorlant en deszelfs verbreiding rondom Breukelen.
In de Kortenhoefse Protocollen komt voor Jan Gerrits Dorlant, die part van een erfenis moet uitbetalen — van wijlen Wouter Gerrits Dorlant, groot 360 gulden (drie honderd zestig) uit wille van hun beijder Moeder Annetje Dirks; daterende uit de jaren 1636—37.
Getr. 10-10-1739 Dirk Bruijns Dorland, j.m. van Vreeland, wonende te Kortenhoef, met Jannetje Gerrits Steegenhoek j.d. van Noordwijk-binnen. Ondertr. te Kortenhoef ; trouwt te Noordwijk (hij was een kleinzoon van Dirks Aarts Dorlant, t.w. van diens zoon Bruijn).
Uit de Begraafboeken van Vreeland: no. 12. Dit graf wordt getransporteerd aan Dirck Aarts Dorlant. 20 Juni 1656.
Wij gaan nu van Vreeland naar Loenen en zijn dan nog maar 4 K.M. van Breukelen — so ever nearer home. Ged. 30-12-1612 te Loenen, Dirck, V. Jan Dircks Dorlant, M. Annetje Hendricks.
Uit de Protocollen van Loenen: Johan Martens Dorlant, als man en voogt van Marritje Gojertsdr. Juli 1627.
- 180 -
Johan Martens Dorlant Nov. 1630. Johan Jans Dorlant, en Magdalena Jans Dorlant sijn suster geassisteerd met Johan Martens Dorlant en Marrigje Goijertsdr, Egtelieden, hunlieder Vader en Moeder. Januari 1631. Govert Jans Dorlant, boedelhouder van Elizabeth Goijertsdr sijn overleden huijsvrouw 1634. Jan Jans Dorlant, wonende tot Loenen, 1642. In prot. van Loenersloot Cornelis Jans Dorlant, Schepen in 't Gerecht van Loenersloot van 1649-1668; in 1643 Substituut Schout; 28-2-1647 Luitenant-Schout. Cornelis Jans Dorlant, als man en voogt voor sijn Vrouw Maria Gijssen Meij 1658. Getr. 26 Jan. 1668, Jan Cornelis Dorlant, j.m. van Loenersloot met Marritje Cornelis j.d. onder 't gerecht van Abcoude. Getr. Jan Cornelis Dorlant, Wedr. van Marritje Cornelis, met Stijntje Cornelis, 3 Maart 1674.
En zo zijn we dan eindelijk in Breukelen aangekomen. In Breukelen trouwt in Meij 1692, Willem Everden Dorlant, j.m. van Cortenhoef. 30 Junij 1689 trouwt te Breukelen Lubbertus Cornelis Dorlant met Hendrikje Goossen Kaen. Omstreeks dezelfde tijd trouwt zijn broer Hendrik met Annetje Pietersz. van Loenen. Dan trouwden er nog te Loosdrecht (Oud) 1-4-1709 Aaltje Cornelis Dorlant j.d. met Willem Jans van Loenen. 3 Meij 1710 Stijntje Cornelis Dorlant met Hendrik Smit. Van deze beiden vrouwen kon ik de doop in Oud-Loosdrecht niet vinden, hoewel zij vermeld stonden als wonende in Oud-Loosdrecht. Of Jan en Hendrik Dorlant, uit Breukelen, broers waren van v.n. vrouwen, kon ik niet nagaan.
Als we nu de Protocollen van notaris van der Horst te Breukelen ter hand nemen, dan vinden wij een verkoopsacte van Lubbertus Dorland aan Jan Dorlant (zijn zoon) van een vragt- of veerschuit met al zijn toebehoren — item Koetswagen — drie paarden met tuigen en tomen — een arreslee en 't hooi op zolder; alles voor f 500. — 9-7-1722. getekend: Lubbertus Dorland. I jan Dorlant. Verder op 7 Januari 1723 - Lubbertus Cornelis Dorlant, Wedr. verkoopt de Leenweer van een huijsinge en erve staande tot Breukelen in de Clapstraat van de oostzijde van deze straat tot aan de Vecht, zijnde een Leengoed van den Huijze Nijenrode — te verheergewaden met een halve stoop goede rode boter. Hier zijn we reeds in 1722—23 aangekomen bij het feit dat we een Dorlant zien als Leenman van het Huijs Nijenrode. Wel, het Huijs Nijenrode had vèèl meer Leenmannen, dus dit zegt omtrent de afstamming van de Dorlants van Nijenrode op zichzelf nog niets. Maar...... we komen er. Wij blijven in Breukelen, doch alleen 250 jaren vroeger. Daar komen we in aanraking met het zelfde geslacht en wij komen dan in dezelfde
- 181 -
Clapstraat. Doch om hier te komen en met de vroegste Dorlants in aanraking te geraken moeten we de Leenregisters van het Kasteel Nijenrode opslaan. Dit Leenregister bestaat uit 7 delen en bovendien is er nog de zgn. Oude Index. In het le deel lezen we dat: Ghijsbert van Nijenrode een huis aan de Clapstraat beleend aan Geertruijt Gijsbert Dorlant's-dochter, te verheergewaden als 't versterft met een stoppe goede rode botter, met de bijgevoegde bepaling, dat als zij geen kinderen heeft, het Leen komt aan Dirck Ghijsbert's Dorlant haar broeder. Het werd aangeduid als een onsterfelijk Leen op datum Allerheiligenavond 1474. Daaronder wordt genoemd, Jan Ghijsberts Dorlant, als Leenman in Ter Aa, van een dijk met noten beplant. Hem wordt een goet verleend op Allerheiligenavond 1464. Dan las ik nog in: „Berichten van het Historisch gen. te Utrecht", deel IV — Kemink en zn., 1851, gen. bldz. 23, als voetnoot no. 3 — Tijdschrift van Utrecht", 1838, bldz. 30 — „Een Willem Duerlant komt voor in 1420. Hij was geland aan den Broek- of Breukeldijk en zegelde met een balk, waarboven een baarstel met 3 hangers. L. Opstraet van der Moelen. MS."

Hier komt dus duidelijk naar voren wat voor Wapen het geslacht Dorlant draagt, al of niet gevoerd. Het is het wapen dat de eerste Heren van Nijenrode voerden in navolging van de Heren van Ruwiel, wier Blazoen het was en van wie de Heren van Nijenrode afstamden. Het wapen van Dorlant is dus in goud een rode dwarsbalk waarboven een blauwe barensteel met drie hangers. Ook werd er door de Nijenrodes wel een barensteel met 5 hangers gebruikt, doch óók wel drie. Uit het bovenstaande zien wij duidelijk drie broers en één zuster, t.w. Willem, Jan, Dirk en Geertruijt; waarvan Geertruijt Dorlant werd beleend met het huis aan de Clapstraat, dat 250 jaren later verkocht werd door Lubbertus Cornelis Dorlant voor f 900, — aan de dames Melchers. Dus de Dorlant's bezaten het huis in Leen van 's avonds 31 October 1474 tot 7 Januari 1723, dus 250 jaren. Maar wie vallen hier nu tussen ? Wij lezen in de Oude Index, blz. 36: De Hofstede aan de Clapstraat, strekkende van de Clapstraat tot aan de Vecht. Te verheergewaden met een goede stoppe goede rode botter. N.B. Hier is een splitsing geschied 20 Febr. 1623. Dan volgen de namen die het huis in Leen hadden. Aert Hendriks inplaetse van Hendrick Aerts sijn Vader. 13 Febr. 1559. Vertigt Jan Gerrits sijn swager, 24 Febr. 1577. Luijt Aerts nae doode van Aert voorsegd sijn Vader, 10-2-1610. Aert Luijtensz door opdracht van de weduwe en erfgenamen van Luijt Aert, 22 Maart 1643. (Hendrik Aerts door opdracht van Luijt Aerts. 30 Febr. 1623). Wij hebben reeds gezien dat ik in de Doop- en Trouwboeken van Vreeland kwam tot het huwelijk in 1638 van Dirk Aerts Dorlant. Er was dus omstreeks die tijd een Aert Dorlant. Juist zagen wij, dat in 1643 het huis aan de Clapstraat werd opgedragen door de Weduwe van Luijt Aerts, aan Aert Luijtens. In 1474 werd het Huis aan de Clapstraat beleend aan Geertruijt Dor-
- 182 -
lant, te verherengewaden met een goede stoppe rode botter. En ook in 1559 luidde het: te verheergewaden met een goede stoppe rode botter. Doch in 1723 lezen wij dat Lubbert Cornelis Dorlant zijn Leenweer aan de Clapstraat verkocht met de bepaling: te verheergewaden met een halve stoop goede rode boter. Hoe komt dat verschil? Wel, lazen wij hierboven niet dat het leen op 20 Febr. 1623 gesplitst was. Nu komt de gewichtige vraag: wie was die Ghijsbert Dorlant, de Vader van Willem, Jan, Dirk en Geertruijt? Deze was een Bastaartzoon van Gijsbrecht Gerards van Nijenrode. Deze hoogedele Heer van Nijenrode had liefst maar vijf ons bekende bastaarden en had er wellicht meer. Maar de vijf die wij kennen zijn genaamd, I. Ghijsbrecht van Nijenrode, genaamd Dorlant; Nicolaas van Tornout; III. Splinter van Nijenrode, gesneuveld te Gorinchem 1417; IV. Hendrick van Nijenrode en V. Jan van Nijenrode, Schout van Amsterdam 1421. Dus allemaal halve broertjes van onze Ghijsbrecht Dorlant. Wat een familie! Waar ik al niet van afstam. In deel 1 van de Leenregisters van Nijenrode las ik dat Ghijsbrecht van Nijenrode in een Leen verleijt en verleend een hofstede in Niemantvrient bij Sliedrecht aan Splinter van Zijll (Oomzegger van Gijsbrecht Dorlant) mine neve bij bekentenis van Jan van Nijenrode (Johan) mine brueder en hij noemt dan verder Ghijsbrecht Dorlant Bastert van Nijenrode mine Oem (Oom). Ao 1455. In verband met dit Leen ontstond een proces tussen Ghijsbrecht Dorlant en het Huis Nijenrode. Hier volgen dan de stukken die dit proces verduidelijken en ook zien we dan de rechts-zitting beschreven van de Leenheer en de Leenmannen aan de brug van het Kasteel Nijenrode op 22 dec. 1451 ; en hoe Ghijsbrecht Dorlant prompt verstek liet gaan. Hij kreeg ongelijk. VONNIS DER LEENMANNEN VAN NIJENRODE TEGEN GIJSBERT DORLANT Bastaard van Nijenrode
22 Dec. 1451 Overgenomen uit: Proeve eener Geschiedenis van het Geslacht Van Nijenrode. Uit oorspronkelijke stukken bewerkt door J. J. De Geer.
Bldz. 94—96. Alle den ghenen, die desen brief zeilen sien of horen lesen, doen wij verstaen, Johan Zweders zoon van Ruweel. Willam Jans zoen van Loenresloet, Claes Jans zoen, Henric Krooc Aelbert z Ghiisbert Spiker Henrics z, Jan Gherijt zoen, Jan Ghiisbert z, Peter Ghiisbert zoen, Herman Dircz, Dirc Ghijsbert zoen, Willam Jan Willams zoens zoen, Ghijsbert Oudecoeps z, Willam Sluter ende Aelbert Peters zoen, dat wij daer ouer ende aen alse leenmanne Johans van Nijenrode mit meer goeder manne voirder brugghen toe Nijenrode te rechte gheseten hebben, daer Johan van Nijenrode voirs, selue als een leenheer besproken heeft alle die goede, die Ghijsbert Dorlant Bastaert van Nijenrode, sinen Oem, tot desen daghe toe datum des briefs van hem ende van den houe toe Nijenrode voirs, te lene houden plach ende ghelegen siin toe Niemants vrient, alse besprekende den voirs Ghijsbert Dorlant jn siinre dingtael,
- 183 -
dat hij alle dese voirs goede verswmt (verzuimd) ende verbuert hadde, ende claerliken aen heem ende te houe ghecoemen waren, vermidts dat Ghijsbert Dorlant voirs wt dese voirghenoemde leengoede eygendoemen ouer ghegenan (gegeven) ende vercoft hadde buten consente ofte toedoen des leenheren, dat bewiisselick ende openbaerlick ghesciet waer, mit meer woerden in siinne aenspraec begrepen; van welken bespreck Ghiisbert Dorlant voirs alle sijn weten volcoemelick ghehadt heuet, ghelikerwijs die leenmanne voirs hem die mit recht ende mit oerdel toe wiisden, ende oeck die leenmanne ende den recht kenliken was, dat die weten van weerde ende myt recht ghedaen waren : also dat Johan van Nijenrode voirs, veruolghende sijn saken, den voirs Ghiisbert Dorlant sijn Oem, by vonnise der leenmannen mit volre claghen ende op gheachten daghen vanden voirseiden goden vellich ghewonnen heeft, want hij noch nyemant van siinre wegen tot gheenre tijt aenden rechte, om die voirs sake te verantwoerden ende voirs, goede te bescudden, ghecoemen en is. Mede so bekennen wij, alse leenmanne voirs in desen seluen brieue ende tughen, dat Ghiisbert Dorlant voirs. siin drie weerdaghe, dat is te verstaen siin drie dwarsnachten, toe ghewiist was, om noch die voirs. goede te verantwoerden, of hij aenden warf ghecoemen hadde, des hij noch niemant van siinre weghen voir noch na ghedaen en heeft, mer tot alle rechtdaghen bacwerdich ghebleuen is. So hebben die leenmannen den voirs Johan van Nijenrode, na eisschen ende wtspreken siinre dingtael, dese voirseide goede, also alse ghelegen siin ende hier voirs. staet, vrij ende los mit recht ende mit oerdel toe ghewesen, ende den voirseiden Ghiisbert Dorlant claerliken gheheel ende al of ghewesen, sonder enig verhal, recht of toeseghen voirt meer ten ewighen daghen daer aen te hebben in eniger wiis. Ende om dat dit waer is, so hebben wy Johan Zweders z van Ruweel, Willam Jansz van Loenresloet, Claes Jans z ende Gherijt van Vliet Wernaers z. alse leenminne voirs., onse zegelen aen desen brief ghehangen over ons seluen ende mede ouer dese mannen voirs. om hore alre bede wille. Ende want wij Gherijt Jans z, Henric Krooc Aelbertsz, Ghijsbert Spiker Henrics, Jan Gherijtsz. Jan Ghijsbertsz Peter Ghijsbertsz, Hermans dircsz, Dirc Ghijsbertsz, Willam Jan Willams zoens zoen, Ghijsberts Oudencoeps zoen, Willam Sluter ende Aelbert Peters. alse leenmannen voirs., op dese tijt selue gheen zegelen en hebben, so tughen ende kennen wij mede onder hoerder eiere zegelen voernoemt ende hebben hem ghebeden desen brief mede ouer ons te besegelen met horen zegelen. Ghegeuen int jaer ons Heren dusent vierhondert een ende viiftich des woensdaghes na sinte Thomas lach. Nog voorzien met de zegelen van Johan Zwedersz van Ruweel, Nicolaes Jansz. en Gerrit van Vliet Wernaarsz. in groen was.
9 Maart 1452. Compromis in de voormelde zaak tusschen Jan van Nijenrode, den ouden, Jan van Nijenrode den jongen, Vader en zoon, en Splinter van Zijl, ter eener, en Gijsbert, Bastaard van Nijenrode, alias Dorlant, ter andere zijde, uitgesproken door Gijsbrecht, broeder van Brederode, Domproost van Utrecht, en Nicolaas die Vriese, rentmeester generaal van Holland, als raden van den hertog van Bourgondie (afschrift).
23 April 1452. Verklaring der leenmannen van Nijenrode, dat Splinter van Zijl zijnen oom Gijsbert Dorlant, bastaard van Nijenrode, ander-
- 184 -
maal in regten vervolgd en zijn geding volkomen heeft gewonnen, betreffende drie en een half morgen lands gelegen te Niemantsvriend en leenroerig aan de hofstede van Nijenrode, welke door Gijsbert Dorlant verbeurd waren en waarmede Johan van Nijenrode vervolgens zijn Neef Splinter van Zijl had beleend. Met de zegelen van Willem Jans van Loendersloot en Nicolaas Jans in groen was.
21 Aug. 1454. Gijsbrecht van Nijenrode van Amerongen en Splinter van Nijenrode, gebroeders, verklaren geen eigendom te hebben aan goederen te Niemandsvriend in het kerspel van Sliedrecht gelegen, welke de ridder Gijsbrecht van Nijenrode, hun oude vader (grootvader) gekocht en aan zijn bastaarden had gegeven, om van hem en zijn nakomelingen in leen gehouden te worden; zodat de eigendom daarvan altijd is overgegaan op den oudsten broeder van Nijenrode alleen en op niemand anders (afschrift).
21 Jan. 1451. Floris Jansz, Schout te Slijdrecht, bekent, dat hij 5 morgen lans, gelegen te Niemantsvriend, in het kerspel van Slijdregt, van Gijsbert Dorlant, Bastaard van Nijenrode, gekocht en den eigendom daarvan voor den dijkgraaf en de heemraden van den Alblasserwaard heeft ontvangen (afschrift).
1450 (1451) Febr. 24. Sententie van het Hof van Holland in een geding tusschen Gijsbrecht bastaard van Nijenrode, alias Dorlant, klager, en Jan van Nijenrode met Splinter van Zijl, verweerders, betreffende enige goederen, gelegen in de Alblasserwaard, onder het kerspel van Slijdrecht, en door Gijsbrecht Dorlant van de hofstede van Nijenrode in leen gehouden, en omtrent 200 Wilh. schilden daarop gewonnen. Uitgesproken in den Haag door den Heer van Lanoy, stedehoudergeneraal, Gijsbrecht broeder van Brederode, Domproost van Utrecht, Gerrit van Zijl, Mr Hendrik Uten Hove, Mr Lodewijk van der Eyck en Nicolaas die Vriese, rentmeester Generaal van Holland (afschrift).
22 Sept. 1454. Gijsbrecht van Nijenrode zegelt in rood was met een Balk zonder barensteel.
21 Jan. 1451. Gijsbert Dorlant, Oom van Philips Nicolaasz. v. Tornout.
En hier volgt dan de oudste stamreeks van het Geslacht Dorlant. Overgenomen uit : „Berichten van, het Historisch Genootschap te Utrecht IV", Kemink en zoon 1851 — In "Proeve eener Geschiedenis van het Geslacht Nijenrode" van J.J. De Geer. Splinter van Ruwiel 1298. Gerrit (Gerard) Splinter van Ruwiel, Schildknaap, Heer van Nijenrode (Nienrode ofte Rienruel) zie Booth. Trouwt Maria Persijn, genaamd van Velsen en sterft omstreeks 1357. Ghijsbrecht van Nijenrode, een Ridder, Heer van Nijenrode, Velzen, Poel, enz. Baljuw van Kennemerland en Friesland, Maarschalk van Eemland. Trouwt eerst naar het schijnt met Belia van Leijenburg en daarna met een dochter van Otto van der Poel. Sterft tussen den 3e Aug. en de 3e Nov. 1396.
- 185 -
Ghijsbrecht van Nijenrode, genaamd Dorlant — bastaard. Beleend op St Elisabethsdagh 1391 te Langerac met een halve hoeve (8 morgen) lands. Door zijn Vader gegoed te Niemantsvrient bij Sliedrecht. Omstreeks Paschen 1419 in dienst van Jan van Egmond, Raad van Hertog Jan van Beijeren, overviel en beroofde hij enige burgers van Utrecht op de Lek en nam hen gevangen.
Zoals we zagen, was zijn zoon Willem geland aan de Broekdijk te Breukelen. Deze Broekdijk bestaat nu nog en is een haast onbewoonde doodlopende weg tot pal achter het Huis Nijenrode. Het kasteel Ruwiel lag aan de Angstel of de Aa ; er is nog het eilandje van over waarop een oud kippenhok staat van hout met kapotte ruiten, figuurlijk spottend met de vergane glorie van het Huis Ruwiel. Er staat nog een oude boerderij bij met een steen in de gevel van het jaar 1591. Het prachtige kasteel Nijenrode van nu in 1959, is niet het kasteel Nijenrode van weleer. Er is geschiedenis genoeg van te lezen, dus daar ga ik hier niet op in. Ook de Genealogie Booth vertelt nog al het één en ander over dit geslacht en in de Leenregisters heeft de Heer Van Heus van Nijenrode losse stukken ingelegd, waarin hij nog latere gegevens toevoegt. Waar is het alles gebleven ? Waar is het eens zo bekende Geslacht Van Nijenrode ? Wie nog voert in lijnrechte afstamming hun nu nog welbekende naam. Doch de naam Dorlant is gebleven en dàt niet alleen, doch vele leden van dit Geslacht zijn nu nog in leven. In Loosdrecht en in het Gooi kunt u ze vinden ; zij hebben het recht het Blazoen van Ruwiel of het gekwarteleerde Blazoen van Nijenrode (Ruwiel en Persijn) zij het dan met barensteel of bastaardbalk te voeren. Want zij stammen in rechte lijn af van de Heren van Nijenrode. Utrecht, mei 1959.
|